Directie Visie, Ontwikkeling en Strategie
Aan De Deelraad van Oud-West
Van Dagelijks Bestuur
Behandelend ambtenaar Peter Bleeker / Arthur Sanders
Doorkiesnummer 3673
E-mail a.sanders@oudwest.amsterdam.nl
Datum 13 november 2007
Onderwerp Buurtgarage J.J. Cremerplein
Geachte leden van de Deelraad,
Memo
1 Inleiding
1.1 Doel
Met deze notitie vragen wij u om een besluit te nemen over het bouwen van een ondergrondse buurtgarage onder het J.J. Cremerplein.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en de reacties van bewoners wordt voorgesteld te besluiten om aan de zuidzijde van het J.J. Cremerplein een automatische garage met 184 parkeerplaatsen volgens het schappenkastsysteem in vier lagen te bouwen. De planning is dat de buurtgarage in het eerste kwartaal van 2010 wordt opgeleverd.
1.2 Aanleiding
In het Programma-akkoord 2006-2010 is vastgelegd dat er in de huidige bestuursperiode twee ondergrondse parkeergarages worden gebouwd met in totaal 400 plekken. Dit maakt het mogelijk om:
• extra openbare ruimte te creëren voor groen, spelen, verblijven en fietsparkeren;
• de zoektijd naar een parkeerplaats voor vergunninghouders en/of de wachtlijsten voor een parkeervergunning te verkorten.
Een buurtgarage onder het J.J. Cremerplein betreft de eerste van de twee in deze bestuursperiode te bouwen garages.
1.3 Huidige fase
Uit de onderzoeken komt naar voren dat de door Arcadis onderzochte variant 3 - dit betreft een automatische garage met 184 parkeerplaatsen volgens het schappenkastsysteem in vier lagen aan de zuidzijde van het plein - het meest passend is binnen de gestelde randvoorwaarden . Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 juni 2007 kennis genomen van deze onderzoeken en de hiervoor genoemde conclusie onderschreven.
Vervolgens zijn de onderzoeksrapporten vrijgegeven voor inspraak. Op 18 juni 2007 heeft een informatieavond plaatsgevonden en op 4 juli 2007 een inspraakavond. In dezelfde periode heeft de dienst Onderzoek en Statistiek (O+S) een draagvlakonderzoek gehouden onder bewoners van het J.J. Cremerplein en de omliggende buurt. Hieruit blijkt dat een kleine meerderheid van de bewoners voor een parkeergarage onder het J.J. Cremerplein is. Een kwart van de buurtbewoners is tegen en een kwart weet het nog niet. Van de bewoners op het plein zelf is een grote meerderheid tegen. Er hebben ook pleinbewoners gereageerd die wèl voor een garage onder het plein zijn.
Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en de reacties van bewoners kan nu een keuze gemaakt worden voor de locatie, het type en de grootte van de te bouwen parkeergarage onder het J.J. Cremerplein. Alles overziende stelt het Dagelijks Bestuur voor te besluiten om aan de zuidzijde van het J.J. Cremerplein een automatische garage volgens het schappenkastsysteem met 184 parkeerplaatsen in vier lagen te bouwen. Deze variant past het best binnen de gestelde randvoorwaarden.
Een impressie van de herinrichtingsmogelijkheden van het J.J. Cremerplein
De planning is dat de garage in het eerste kwartaal van 2010 in gebruik kan worden genomen. Na oplevering van de buurtgarage, kunnen er 115 parkeerplaatsen op het J.J. Cremerplein en de directe omgeving van straat gehaald worden. Dit betekent dat er 1.300 m2 openbare ruimte vrijkomt, die in overleg met de buurt kan worden heringericht . Verder kunnen er 69 parkeerplaatsen bijkomen, waardoor er maximaal 76 extra parkeervergunningen uitgegeven kunnen worden (69 x 110%). Dit is in de Cremerbuurt wenselijk, omdat er sprake is van een zeer lange wachtlijst: op dit moment staan er ca. 400 mensen op de wachtlijst en de geschatte wachttijd voor een parkeervergunning is ongeveer 4 jaar.
1.4 Leeswijzer
In paragraaf 2 volgt een overzicht van de wijze waarop tot dit besluit is gekomen. Daarna wordt in paragraaf 3 ingegaan op de toetsingscriteria en in paragraaf 4 komen de diverse varianten aan de orde. Vervolgens wordt in paragraaf 5 dieper ingegaan op de wijze waarop bewoners zijn betrokken bij de voorbereiding van dit besluit en op welke punten dit heeft geleid tot een aangepast advies. Tenslotte komen in paragraaf 6 het advies, de financiën en de planning aan de orde.
2 Voorgeschiedenis
2.1 Motie de Kler, 04M024 (2004)
Op 9 november 2004 heeft u bij de bespreking van de Programmabegroting 2005 de Motie onderzoek ondergrondse parkeergarage Cremerplein aangenomen en het Dagelijks Bestuur opgedragen om:
• te onderzoeken of het Cremerplein als eerstvolgende locatie geschikt is voor een ondergrondse parkeergarage;
• het resultaat van dit onderzoek voor het zomerreces ter advisering aan de commissie en raad voor te leggen;
• hiervoor € 50.000 te reserveren t.l.v. een nog niet bestemde ruimte in het parkeerfonds.
Overwegingen bij deze motie zijn, dat parkeren voor zowel bewoners als bezoekers als een belangrijk knelpunt wordt ervaren, de goede ontsluitingsmogelijkheden van het J.J. Cremerplein naar de A10 en dat het J.J. Cremerplein hierdoor de lang verwachte facelift kan krijgen.
Op 17 mei 2005 is het gevraagde budget door u beschikbaar gesteld.
2.2 Afwegingskader en Plan van Aanpak ondergronds parkeren in Oud-West (2005):
waarom het J.J. Cremerplein?
Vervolgens is onderzocht op welke locaties een ondergrondse parkeergarage zou kunnen worden gebouwd. Op 12 april 2005 is het Afwegingskader en Plan van Aanpak ondergronds parkeren in Oud-West (februari 2005) besproken in de Raadscommissie Stadsdeelwerken. In dit onderzoek zijn potentiële locaties voor een ondergrondse parkeergarage in stadsdeel Oud-West (zie onderstaande kaart ) getoetst aan de volgende criteria:
• parkeerdruk;
• openbare ruimte;
• ruimtelijke inpasbaarheid;
• toegankelijkheid en verkeersontsluiting;
• kabels en leidingen;
• bodemverontreiniging;
• planologisch-juridische criteria;
• financiële haalbaarheid.
Op grond van dit onderzoek worden drie locaties als kansrijk betiteld, namelijk het J.J. Cremerplein, het Nic. Beetsplantsoen en het Ten Kateplein.
De locatie J.J. Cremerplein biedt de beste mogelijkheden vanwege de beschikbare ruimte op het plein, de gunstige ligging ten opzichte van de Overtoom en de Ring A10 en de hoge parkeerdruk in de Cremerbuurt .
2.3 Quick scan (2006)
Daarna heeft het Ingenieursbureau Amsterdam (IBA) een quick scan uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een ondergrondse parkeergarage onder het J.J. Cremerplein, zowel voor een traditionele- als een automatische parkeergarage. Uit het onderzoek komt naar voren dat diverse varianten mogelijk zijn.
Op 29 mei 2006 heeft een inspraakavond plaatsgevonden, waarop bewoners aan de hand van de Quick scan geïnformeerd zijn over de plannen. Op 6 juli 2006 is de Quick scan met u besproken. De meerderheid van de Deelraad heeft vervolgens ingestemd met het doorzetten van vervolgonderzoeken, benodigd voor de bouw van de parkeergarage. U vroeg ook expliciet om een draagvlakonderzoek in de buurt te houden en een deel van de Deelraad gaf aan dat het van cruciaal belang is om de speelmogelijkheden tijdens de bouw te behouden.
2.4 Projectplan parkeergarage Cremerplein: de randvoorwaarden
Als vervolg op de Quick scan heeft het Dagelijks Bestuur op 19 december 2006 ingestemd met het Projectplan parkeergarage Cremerplein, waarin is vastgelegd welke onderzoeken en vervolgstappen nodig zijn. In dit projectplan, dat ter kennisname aan u is verzonden, zijn de volgende randvoorwaarden vastgelegd voor de parkeergarage:
• de parkeerplaatsen die ondergebracht worden in de parkeergarage komen bovengronds te vervallen, conform de verdeling volgens het programma-akkoord, uitbreiden van 400 parkeerplaatsen ondergronds en het opheffen van 250 parkeerplaatsen bovengronds;
• de parkeergarage is bedoeld voor gebruik door vergunninghouders en voor stadsdeelgebonden bezoekers, zonder plaatsgarantie en conform het straattarief;
• de parkeergarage moet worden ingepast op het plein met behoud van de kwaliteit van de openbare ruimte;
• de speeltuin met het beheerdergebouw dienen behouden te blijven tijdens de bouw;
• de bomen aan de oostzijde van het plein dienen behouden te blijven;
• na het besluit van de Deelraad wordt in het overleg met een nog samen te stellen begeleidingsgroep het verkeerskundig ontwerp gemaakt, zodat een goede afwikkeling van het verkeer gegarandeerd blijft;
• onderzocht dient te worden:
o wat de meest economische locatie, grootte en type ondergrondse parkeergarage is, die recht doet aan de gestelde randvoorwaarden;
o welke locatie en type het meest geschikt is om een ondergrondse parkeergarage te bouwen, waarbij er zo weinig mogelijk aantasting plaatsvindt tijdens de bouw, aan de bomen en de speelvoorzieningen op het J.J. Cremerplein.
Uitgangspunt bij het herinrichten van het maaiveld is dat de realisering van de buurtgarage bijdraagt aan een verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte.
2.5 Vervolgonderzoeken (2007): de varianten
Op basis van de Quick scan en het Projectplan parkeergarage Cremerplein zijn diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd naar de:
• parkeerdruk;
• funderingen;
• grondwaterstromen;
• draagkracht van de bodem;
• bomen;
• bodemkwaliteit;
• luchtkwaliteit;
• technische- en financiële haalbaarheid, incl. second opinion.
• het draagvlak, incl. second opinion;
In de bijlage is een samenvatting van deze onderzoeken opgenomen en wordt ingegaan op door bewoners gestelde vragen over de onderzoeken (zie ook paragraaf 5.5). Tevens zijn in de bijlage de diverse rapporten zelf opgenomen. De meeste onderzoeken hebben betrekking op één aspect. In het onderzoek naar de technische en financiële haalbaarheid, dat is uitgevoerd door Arcadis, komen de verschillende aspecten die bij de keuze voor een parkeergarage onder het Cremerplein spelen bij elkaar en wordt een afweging gemaakt. Daarom wordt In de paragrafen 2 en 3 dieper ingegaan op dit onderzoek, waarbij ook de in de twee second opinions (Arcadis en Grontmij) onderzochte varianten en de door bewoners genoemde varianten aan de orde komen.
3 Toetsingscriteria
Arcadis heeft binnen de vastgestelde randvoorwaarden de mogelijke varianten opgesteld en beoordeeld op de volgende criteria:
• het te gebruiken type parkeersysteem;
• de kosten;
• de leefbaarheid;
• de overlast van de bouw;
• het behoud van de bomen.
Hieronder worden deze criteria, die zijn gebaseerd op de in het projectplan geformuleerde randvoorwaarden, nader toegelicht.
3.1 Type parkeersysteem
Naast een traditionele parkeergarage, waarbij auto’s via een hellingsbaan de parkeergarage in rijden, is er een vijftal automatische systemen te onderscheiden, namelijk een schuifpuzzel-, schappenkast-, omzet-, overzet- en paternostersysteem.
Deze systemen verschillen van elkaar wat betreft snelheid, bedrijfszekerheid en ruimtelijke inpasbaarheid. Vooral het schappenkast- en schuifpuzzelsysteem zijn efficiënt en bedrijfszeker. In bijlage 5 van het onderzoek van Arcadis (mei 2007) worden deze systemen nader uitgelegd en worden de voor- en nadelen benoemd.
3.2 Kosten
Het gaat hier om de verwachte investeringskosten en de kosten voor onderhoud, beheer en exploitatie. Bepalende factoren voor de kosten zijn de locatie van de parkeergarage, het parkeersysteem, de diepte van de parkeergarage en het aantal te realiseren parkeerplaatsen.
3.3 Leefbaarheid
Bepalende factoren voor de leefbaarheid zijn de aansluiting op het Hoofdnet Auto, de verkeersbewegingen rondom het plein, de wachttijd voor auto’s en de sociale veiligheid voor gebruikers van de parkeergarage.
3.4 Overlast van de bouw
Bepalend voor de overlast tijdens de bouw is in eerste instantie de bouwtijd en de mate waarin het gebruik van het plein tijdens de bouw beperkt wordt. Andere factoren zijn het aantal vervallen parkeerplaatsen tijdens de bouw, de afsluiting van wegen tijdens de bouw en de afstand van de bouwlocatie tot de gevels.
3.5 Behoud van de bomen
Het gaat hier niet alleen om het aantal bomen dat wordt aangetast, maar ook om de verplantbaarheid van de bomen en de beeldbepalende waarde van de bomen. De bomen aan de noordoostzijde van het plein worden in ieder geval als beeldbepalend gezien.
4 Varianten
4.1 Arcadis (mei en juni 2007)
In het onderzoek van mei 2007 zijn zes varianten bekeken. Drie varianten zijn ten behoeve van de kostenramingen verder uitgewerkt. Dit betreffen twee automatische varianten, omdat deze het beste aansluiten bij de wensen voor de locatie. Om de vergelijking tussen automatisch en traditioneel compleet te maken is tevens één traditionele variant financieel uitgewerkt. Het betreffen:
• variant 1: een traditionele garage (€ 43.000 euro per parkeerplaats);
• variant 2: een automatische garage met twee lagen (€ 49.000 euro per parkeerplaats);
• variant 3: een automatische garage met vier lagen (€ 43.000 euro per parkeerplaats).
De conclusie is dat variant 3, waarbij aan de zuidzijde van het J.J. Cremerplein een automatische garage met 184 parkeerplaatsen volgens het schappenkastsysteem in vier lagen wordt gebouwd, het meest passend is binnen de gestelde randvoorwaarden. Samengevat wordt deze variant gekenmerkt door:
• de minste overlast tijdens bouw;
• maximaal behoud van de speelruimte tijdens bouw;
• behoud van de meest beeldbepalende bomen aan de noordoostzijde;
• sociaal veilig;
• auto’s kunnen vanuit ieder huisje worden geparkeerd of opgehaald;
• goede verkeersafwikkeling;
• redelijke bouwkosten.
Het belangrijkste nadeel van deze variant is dat twintig bomen, waaronder vijf grote bomen, dienen te worden verwijderd. Slechts één van deze bomen kan worden verplant. Er zullen echter grote bomen (12 meter hoog) worden teruggeplant. Met uitzondering van de vijf grote bomen zijn de te herplanten bomen groter dan de huidige bomen. Bovendien gaan andere varianten ook ten koste gaan van bestaande bomen. Een ander nadeel is dat langs de rand van het plein drie inrijdhuisjes nodig zijn. Door extra aandacht te besteden aan het ontwerp, kunnen deze inrijdhuisjes goed geïntegreerd worden in de groenstrook, passend bij de speeltuin en de omliggende bebouwing.
De zuidzijde van het J.J. Cremerplein, 3D-fotoimpressie
In juni 2007 heeft Arcadis nog twee locaties onderzocht, waarbij de parkeergarage geheel buiten de hekken van het speelterrein op het J.J. Cremerplein ligt, namelijk op de kruispunten van het J.J. Cremerplein met de Busken Huetstraat en met de Rijnvis Feithstraat. Hierbij is gekeken naar zowel een ronde, als een rechthoekige automatische garage. Een garage is op één van deze locaties technisch mogelijk. Gezien de grote diepte, de overlast voor het verkeer en het kleine verschil in eindsituatie voor het plein in vergelijking met situering van een garage op het plein, wordt dit echter niet als een reële optie beschouwd.
In de bijlage is uitgebreide informatie opgenomen over de onderzochte varianten. In het bijzonder wijzen wij hierbij naar het rapport zelf, maar ook naar de samenvatting van alle onderzoeken en de powerpointpresentatie die gebruikt is op de informatieavond van 18 juni 2007.
4.2 Grontmij (september 2007)
Het Dagelijks Bestuur heeft tijdens de zomermaanden aan Grontmij gevraagd om een second opinion over de door Arcadis in juni 2007 onderzochte varianten die geheel buiten de hekken van het J.J. Cremerplein blijven. Deze second opinion bevestigt dat het technisch mogelijk is om geheel buiten de hekken van het plein te blijven. Een rond automatisch systeem (cilinder) wordt afgewezen in verband met het risico op lange wachttijden, het beperkte aantal parkeerplaatsen dat met dit systeem kan worden gerealiseerd, de beperkte beschikbaarheid van leveranciers (inclusief serviceorganisatie) en de relatief hoge kosten per parkeerplaats. Ook een rechthoekig automatisch systeem is veel duurder dan de voorkeursvariant uit het rapport van Arcadis, omdat de garage veel dieper is en dicht tegen de gevels van de bestaande gebouwen wordt gebouwd. Verder zijn er meer negatieve consequenties voor de ruimtelijke inpasbaarheid, de verkeersafwikkeling en de bouwtijd en hinder tijdens de bouw.
4.3 Door bewoners voorgestelde varianten (oktober 2007)
Naast de mogelijkheden die onderzocht zijn, is er natuurlijk nog een groot aantal andere vormen en locaties van een parkeergarage mogelijk onder het J.J. Cremerplein. Niet iedere variant is gedetailleerd onderzocht. Het Dagelijks Bestuur heeft immers na consultatie van de Deelraad aan het haalbaarheidsonderzoek randvoorwaarden meegegeven, waarbinnen de ingenieursbureaus hun werk moesten doen. Met de randvoorwaarden werd invulling gegeven aan de zorgen die door buurtbewoners én door u waren geuit. De belangrijkste beperkende randvoorwaarde is dat het spelen op het plein gedurende de bouw van de parkeergarage gewoon mogelijk moet blijven.
Alvorens een besluit te nemen over de bouw van een parkeergarage, is het gezien de omvang van de investering en de impact op het plein verstandig om nog eens te kijken welke andere varianten mogelijk zouden zijn geweest als geen rekening hoeft te worden gehouden met de hiervoor genoemde randvoorwaarde. Twee concrete mogelijkheden zijn ter sprake gekomen.
• de eerste mogelijkheid betreft een totale herinrichting van het plein, waarbij een traditionele parkeergarage onder het hele plein wordt gebouwd (met een minimale afstand van 4 meter tot de gevels). Afhankelijk van de wijze van ontsluiting van de parkeergage heeft dit consequenties voor (1) het speeltuingebouw en/of (2) de beeldbepalende bomen aan de noordoostzijde van het plein. Voordeel van een dergelijke variant is dat de parkeergarage minder diep hoeft te worden gebouwd, waardoor de bouwkosten uiteindelijk lager uit kunnen vallen. Een ander voordeel is dat er gewerkt kan worden met een hellingbaan, waardoor er geen huisjes op het plein nodig zijn; hier staat tegenover dat de sociale veiligheid bij een traditionele garage minder goed is, omdat automobilisten zelf de garage in moeten om hun auto te parkeren of op te halen. Verder is bij een dergelijke traditionele garage een veel groter bouwterrein nodig gedurende een langere bouwtijd, waardoor het plein tijdens de bouw vrijwel niet meer bruikbaar is. Tenslotte heeft ontsluiting via de noordoost- of noordwestzijde als nadeel dat het verkeer om het plein moet rijden om de garage in of uit te kunnen, waardoor er meer verkeersbewegingen ontstaan rondom het plein en er een minder verkeersveilige situatie ontstaat dan bij een parkeergarage aan de zuidzijde (zie hiervoor ook het haalbaarheidsonderzoek van Arcadis);
• de tweede mogelijkheid betreft een parkeergarage aan de westzijde van het plein onder het huidige voetbalveld. Aan deze kant van het plein staan immers minder grote bomen dan aan de zuidzijde van het plein. Voordeel is dus dat er minder groen hoeft te wijken dan bij de voorkeursvariant 3 uit het onderzoek van Arcadis, maar ook aan deze kant van het plein staan bomen die zouden moeten wijken. Nadeel van een parkeergarage onder het voetbalveld is dat ook dan het verkeer om het plein moet rijden om de garage in of uit te kunnen, waardoor er meer verkeersbewegingen ontstaan rondom het plein en er een minder verkeersveilige situatie ontstaat.
Het Dagelijks Bestuur concludeert dat wanneer er geen randvoorwaarden waren meegegeven betreffende het behoud van de speelmogelijkheden tijdens de bouw er andere voorstellen mogelijk waren geweest die veder uitgewerkt hadden kunnen worden dan nu gedaan is. Aan deze voorstellen zitten echter net als aan het voorliggende voorstel voor- en nadelen. Als belangrijkste voordeel van mogelijke andere varianten ziet het Dagelijks Bestuur het behoud van de vijf grotere bomen aan de zuidzijde van het plein. De belangrijkste nadelen van deze varianten zijn dat tijdens de bouw de speelmogelijkheden op het plein aanzienlijk beperkter of zelfs onmogelijk zullen zijn en dat het gebruik van de parkeergarage gepaard gaat met verkeersbewegingen op het hele plein. Eendachtig uw advies van 6 juli 2006 weegt het kunnen spelen op het plein tijdens de bouw voor het Dagelijks Bestuur zwaar mee bij de bepaling van welke variant als beste beschouwd wordt. Bij de bespreking van de randvoorwaarden is immers heel expliciet gesteld dat het plein als ontmoetingsplek en als plaats voor spelende kinderen ook tijdens de bouw van de garage moet kunnen blijven functioneren.
5 Participatie en inspraak
5.1 Bewonersvisie Cremerplein 2004
In opdracht van de Stichting Speel Tuin Cremerplein heeft OBB Ingenieursbureau in 2004 een bewonersvisie voor het J.J. Cremerplein opgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ideeën en wensen van “Cremerbuurters” voor de korte en de lange termijn:
• op korte termijn is vooral een opknapbeurt van het J.J. Cremerplein nodig. Deze opknapbeurt is de afgelopen jaren uitgevoerd.
• voor de langere termijn lijkt de aanleg van een ondergrondse parkeergarage voor de Cremerbuurt dé mogelijkheid om te komen tot een geheel nieuw plein met flair, een soort woonkamer voor de hele buurt. Hierbij hebben omwonenden als randvoorwaarden of aandachtspunten meegegeven, dat het nut en de noodzaak van een parkeergarage moeten worden onderzocht en dat de overlast bij de uitvoering moet worden geminimaliseerd. Met het nieuwe ontwerp voor het plein moet invulling worden gegeven aan de door bewoners genoemde visie, ideeën en wensen.
5.2 Informatieavond Quick scan d.d. 29 mei 2006 en inspraak zomer 2007
Op 29 mei 2006 zijn de resultaten van de Quick scan op een informatieavond gepresenteerd aan buurtbewoners en hebben bewoners vragen gesteld aan de opsteller van het rapport en aan het Dagelijks Bestuur.
Als vervolg op de Quick scan zijn daarna diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd. Op 12 juni 2007 is een nieuwsbrief verspreid in de buurt en op op 18 juni 2007 zijn de resultaten van de onderzoeken gepresenteerd aan de buurt. Vervolgens heeft op 4 juli 2007 een inspraakavond plaatsgevonden. In paragraaf 5.5 wordt inhoudelijk op ingegaan op de door bewoners geuite zorgen en in de bijlagen is de Reactienota opgenomen. Als vervolg op de inspraakavond is eind augustus een bewonersbrief verspreid, waarin de diverse onderzoeken worden samengevat (zie bijlage).
5.3 Draagvlakonderzoek zomer 2007
O+S heeft in dezelfde periode als de hiervoor genoemde inspraak een draagvlakonderzoek gehouden onder bewoners van het J.J. Cremerplein en de omliggende buurt. Hieruit blijkt dat een kleine meerderheid van de bewoners (58%) vóór een parkeergarage onder het J.J. Cremerplein is. Een kwart van de mensen is tegen en een kwart weet het nog niet. Van de bewoners op het plein zelf (47 pleinbewoners hebben de enquête ingevuld) is een grote meerderheid tegen. Er hebben ook pleinbewoners gereageerd die wèl voor een garage onder het plein zijn.
In het kader van de in de vorige paragraaf genoemde inspraak is door buurtbewoners aangegeven dat de vragen suggestief zijn. Het door O+S uitgevoerde onderzoek is vervolgens voorgelegd aan het bureau Dimensius, die concludeert dat de opgestelde vragenlijst neutraal is.
5.4 Gesprekken coalitiepartijen met de buurt oktober 2007
De coalitiepartijen wilden - voordat een voorstel ter besluitvorming aan de Deelraad wordt voorgelegd - eerst goed naar de buurt luisteren en horen wat de buurt wilt binnen de bestaande technische mogelijkheden en welke mogelijkheden buurtbewoners zien om de vrijgekomen ruimte in te vullen. Aan de hand van de gehoorde argumenten kan vervolgens een belangenafweging worden gemaakt. Uiteindelijk is het aan de Deelraad om op 18 december 2007 een besluit te nemen.
Op maandag 22 oktober en maandag 29 oktober 2007 zijn de woordvoerders van de coalitiepartijen in buurtcentrum Plexat in gesprek gegaan met bewoners van de Cremerbuurt over de plannen om een parkeergarage onder het J.J. Cremerplein te realiseren. Overige raadsleden waren uiteraard uitgenodigd voor deze gesprekken.
5.5 Onrust onder bewoners
Ui de reacties van bewoners blijkt dat zij zich zorgen maken over de plannen om hier een ondergrondse parkeergarage te bouwen. Het Dagelijks Bestuur heeft begrip voor deze onrust. Hieronder volgt een overzicht van de bij het Dagelijks Bestuur bekende zorgen onder bewoners, inclusief een reactie hierop. Hiermee wordt enerzijds geprobeerd om te zorgen voor een zo duidelijk mogelijk beeld van de plannen, anderzijds wordt aangegeven op welke punten de reacties van bewoners hebben geleid tot een aangepast advies.
5.5.1 Funderingen van de panden aan het J.J. Cremerplein
Er wordt door veel buurtbewoners getwijfeld aan de geldigheid van het voorgelegde onderzoek uit 1990, omdat dit onderzoek 17 jaar oud is. Ook willen veel buurtbewoners weten wat het stadsdeel doet als hun woning een funderingscode III of IV heeft.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Deze rapportage is inderdaad verouderd en in eerder stadium per abuis op de website gezet. De dienst Milieu en Bouwtoezicht (dMB) meet regelmatig de gevels van alle huizen in Amsterdam, dus ook de gevels van de woningen op het JJ. Cremerplein. Tussen 2000 en 2006 zijn er op het gehele J.J. Cremerplein vijf metingen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de gemiddelde zetting van de huizen tussen 0 en 2 mm ligt (zie bijlage). Een dergelijke zetting is normaal in de gemeente Amsterdam.
Om schade aan de huizen te voorkomen, worden maatregelen voorgeschreven aan de bouwer van de ondergrondse parkeergarage. Voor aanvang van de bouw zullen speciale meetpunten aan diverse huizen worden bevestigd, waardoor het mogelijk is eventuele verzakkingen snel op te merken:
• voor de start van de bouw zal een nulmeting worden uitgevoerd;
• tijdens het inbrengen van de funderingspalen en damwanden zullen er extra metingen worden uitgevoerd;
• één keer per maand zullen de woningen, die in de directe omgeving staan van de te bouwen parkeergarage, worden ingemeten.
Als er verstoringen plaatsvinden door zettingen, dan worden de werkzaamheden onmiddellijk stilgelegd en wordt er onderzocht op welke wijze de uitvoering moet worden aangepast.
De funderingen van de huizen rondom het plein hebben de status funderingscode II. Dit betekent dat de verwachting is dat er binnen 25 jaar geen groot onderhoud aan de woningen moet worden uitgevoerd . In dit geval is het stadsdeel aansprakelijk voor eventuele schade die het gevolg is van de werkzaamheden. Indien blijkt dat toch een slechte fundering de oorzaak is van eventuele schade, dan is de eigenaar hiervoor verantwoordelijk.
5.5.2 Grondwaterstand
Bewoners maken zich zorgen over de grondwaterstand tijdens en na de bouw.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Bij de bouw van de ondergrondse parkeergarage wordt gewerkt met zgn. onderwaterbeton. Het voordeel van onderwaterbeton is dat er geen grondwater onttrokken hoeft te worden bij de aanleg. Hierdoor worden de risico’ s van zettingen in de bodem en het droog komen staan van de houten funderingen van woningen tijdens de bouw beperkt. Uit de modelberekeningen (zie bijlage) blijkt dat de parkeergarage in de gebruiksfase leidt tot een opstuwing van minder dan 1 cm. aan de noordzijde en een verlaging van ca. 1 cm. aan de zuidzijde. De conclusie is dat het effect van de berekende grondwaterstanden ter plaatse van de woningen als gevolg van de aanleg van de parkeergarage te verwaarlozen is.
Om evt. opstuwing van de grondwaterstand tegen te gaan wordt een drainagesysteem langs de huizen aangelegd .
5.5.3 Bodemkwaliteit
Veel buurtbewoners geven aan bang te zijn voor de verontreinigde grond op een diepte van 3,5 meter en dan in het bijzonder dat dit het grondwater zou kunnen verontreinigen.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Met het bodemonderzoek wordt de vervuilingsgraad van een locatie bepaald. Het onderzoek bestaat uit een historisch en een chemisch gedeelte:
• bij het historisch onderzoek wordt er gekeken naar de bedrijfsmatige activiteiten uit het verleden in een bepaald gebied, bijvoorbeeld of er een fabriek heeft gestaan die vervuiling zou kunnen hebben veroorzaakt;
• voor het chemische onderzoek worden er op meerdere plaatsen grondboringen gedaan en in kaart gebracht hoe de bodem is opgebouwd. De opgeboorde grond wordt vervolgens in een laboratorium onderzocht op eventuele vervuilingen. Er zijn op acht plaatsen grondboringen gedaan en op twee plaatsen is er een peilbuis geplaatst voor het meten van het grondwater.
Tot op een diepte van ongeveer 3,5 m onder de bestrating zijn in de aanwezige humusrijke kleigrond lichte verontreinigingen aangetroffen. Deze grond kan elders worden hergebruikt. Dieper dan 3,5 m is de grond sterk verontreinigd in de aanwezige kleiige veengronden en deze grond moet worden afgevoerd naar een stortplaats en mag niet worden hergebruikt. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetroffen, maar deze geven geen aanleiding tot het nemen van aanvullende maatregelen.
5.5.4 Groen
Door bewoners is aangegeven dat ze bang zijn dat het groene karakter van het plein wordt aangetast. Hoewel er steeds vanuit het stadsdeel is gezegd dat negentien bomen worden vervangen en één boom wordt herplant, geven veel bewoners aan dat ze denken dat een boom niet op het dak van een parkeergarage kan groeien.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Voordeel van ontsluiting van de parkeergarage via de zuidzijde is dat de meest beeldbepalende bomen aan de noordoostzijde worden ontzien. Voor het behoud van het bestaande groen, is ontsluiting van een parkeergarage via de noordwestzijde een betere optie, omdat de bomen hier kleiner zijn. Deze locatie is echter problematisch in verband met kabels en leidingen (m.n. het riool is een probleem), de beperking van de speelmogelijkheden tijdens de bouw en de verkeersbewegingen rondom het hele plein tijdens de bouw en bij het gebruik van de parkeergarage.
Kort de feiten op een rij:
• de groenstrook aan de zuidzijde van het plein is ca. 125 meter lang. Hiervan wordt ca. 85 meter gebruikt tijdens de bouw van de parkeergarage. Om op deze plek te kunnen bouwen, moeten negentien bomen worden gekapt en één boom kan worden verplant. Vijf van deze bomen zijn groter zijn dan 12 meter ; de overige te kappen bomen zijn kleiner dan 7 meter;
• door sommige bewoners is gesteld dat de te kappen bomen ouder zijn dan 100 jaar. Dit is onjuist. Van de te kappen bomen hebben vijf bomen een leeftijd tussen de 52 en 57 jaar oud; de rest van de bomen is tussen de 12 en 37 jaar oud;
• na de afronding van de bouw, komt de achterzijde van de inrijdhuisjes gelijk te liggen met de rand van de groenstrook. De groenstrook wordt vervolgens in overleg met de buurt opnieuw ingericht. Er worden minimaal 20 bomen herplant met een stamomtrek tussen de 50 en 60 cm en een hoogte van minimaal 12 meter. In overleg met de buurt zal worden bepaald welke soort bomen er terugkomen.
De conclusie is dat de te herplanten bomen gemiddeld genomen veel groter zijn dan de bomen die er nu staan.
Op de garage komt een leeflaag van 1 meter. In verband met de grondwaterstand, groeien bomen op het plein niet dieper dan 0,75 meter. Bomen kunnen dus bovenop de garage gewoon groeien.
5.5.5 Luchtkwaliteit
Veel buurtbewoners maken zich zorgen over de luchtkwaliteit. Het realiseren van een parkeergarage heeft een verkeersaantrekkende werking, waardoor de luchtkwaliteit verder verslechtert. Juist op een plek waar kinderen spelen, is dit erg ongewenst. Hierbij hebben bewoners aangegeven dat zij de bevindingen van het luchtkwaliteitonderzoek in twijfel trekken.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Het onderzoek is uigevoerd door Cauberg-Huygen, een onafhankelijk ingenieursbureau dat niet rekent naar het resultaat maar op basis van kennis en ervaring uitgangspunten hanteert die tot een resultaat leiden. Door bewoners zijn veel vragen gesteld over het Luchtkwaliteitonderzoek van mei 2007. Deze vragen hebben geleid tot een aangepast rapport (november 2007). Hieronder wordt dit verhelderd:
• in het onderzoek wordt de luchtkwaliteit berekend met behulp van het zgn. CAR-II-model. Dit is het aangewezen en algemeen geaccepteerde rekenmodel voor het bepalen van de luchtkwaliteit in relatie tot de verkeerssituatie. Op basis van de wettelijke snelheid en de ondervonden vertragingen bedraagt de gereden snelheid op de Overtoom ongeveer 36 km/uur. Op basis van deze snelheid is de Overtoom in het rapport van mei 2007 ingedeeld in de klasse “buitenweg”; deze typering is ook gehanteerd in het rapport Luchtkwaliteit Amsterdam 2005. De grens voor doorrijdend stadsverkeer is namelijk gemiddeld 26 km/uur en voor een buitenweg is deze grens ca. 35 km/uur.
In het aangepaste rapport van november 2007 is de Overtoom ingedeeld de klasse
“normaal stadsverkeer”, waarbij een stagnatie wordt meegenomen voor de spits. Deze
“worst case” benadering wordt gemotiveerd door de verwachting dat de gemiddelde
snelheid op de Overtoom is afgenomen;
• In de periode tussen nu en 2020 wordt een krimp van het autoverkeer verwacht. Vanaf 2010 gaan onderstaande maatregelen effect opleveren en verbetert de luchtkwaliteit sterk.:
o het openbaar vervoersbeleid en de ontwikkelingen in de komende jaren;
o de ontwikkelingen in het parkeerbeleid en P&R locaties;
o de uitvoering van het Amsterdamse Actieplan luchtkwaliteit;
o maatregelen die zijn afgekondigd door de rijksoverheid (bijvoorbeeld de invoering
van rekeningrijden en het subsidiëren van roetfilters);
• in het rapport van mei 2007 is abusievelijk uitgegaan van 200 extra ondergrondse parkeerplaatsen, waarbij er per parkeerplaats vier voertuigbewegingen per dag zijn. In totaal zijn er dan 800 extra voertuigbewegingen per dag. In het rapport van november 2007 wordt uitgegaan van 175 extra ondergrondse parkeerplaatsen en het opheffen van 115 plaatsen op straat. Als hieruit voortvloeiende verkeersaantrekkende werking is uitgegaan van 140 extra voertuigbewegingen per dag. Dit laatste cijfer is gebaseerd op de ervaringscijfers van de ondergrondse parkeergarage op het Staringplein;
• in het rapport van mei 2007 is de luchtkwaliteit berekend op de Overtoom en in de Busken Huetstraat en de Rhijnvis Feithstraat. Dit onderzoek is noodzakelijk in verband met het Besluit luchtkwaliteit. De conclusie is dat voldaan wordt aan de normen, zodat dit geen juridische belemmering vormt voor de realisering. Bewoners zijn echter in eerste instantie bezorgd over de luchtkwaliteit op het speelplein. Daarom is dit meegenomen in het aangepaste rapport.
De conclusie van het Luchtkwaliteitonderzoek is dat de luchtkwaliteit op het Cremerplein en in de overige onderzochte straten de komende jaren verbeterd. Deze verbetering is met name het gevolg van landelijk en stedelijk ingevoerde maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren.
De berekende luchtkwaliteit aan de zuidzijde van het Cremerplein is gelijk aan de berekende luchtkwaliteit in de Busken Huetstraat en de Rhijnvis Feithstraat. Bij deze “worst case” berekening is met drie voor de luchtkwaliteit gunstige factoren nog geen rekening gehouden:
• op het Cremerplein worden 184 ondergrondse parkeerplaatsen gerealiseerd. Tegelijkertijd worden 77 parkeerplaatsen op het Cremerplein opgeheven (2/3 deel van de 115 op te heffen parkeerplaatsen). De ervaringen met de ondergrondse parkeergarage op het Staringplein en met betaald parkeren op straat (dienst Stadstoezicht) leren dat een ondergrondse parkeerplaats veel minder frequent van plek wisselt dan een bovengrondse parkeerplaats. Door onder het Cremerplein een buurtgarage met 184 plaatsen te realiseren en tegelijkertijd op het Cremerplein van straat 77 plaatsen te verwijderen, wordt het Cremerplein een plek waar relatief veel langparkeerders parkeren;
• door de realisering van 184 ondergrondse parkeerplaatsen en het verwijderen van 115 plaatsen van straat, wordt het totale aantal parkeerplaatsen in de Cremerbuurt uitgebreid met 69 plaatsen. Hierdoor hoeven vergunninghouders minder lang te zoeken naar een parkeerplaats. Bovendien wordt op de routes naar de buurtgarage met borden aangegeven of er plek is in de garage, waardoor onnodig autoverkeer naar het J.J. Cremerplein wordt voorkomen. Dit heeft, vooral ter plaatse van de garage, een positief effect op de luchtkwaliteit;
• bij de herinrichting van de groenstrook kan aandacht worden besteed aan het mogelijk (positieve) effect van deze groenstrook op de luchtkwaliteit op het erachter liggende speelplein. Bewoners zullen worden betrokken bij de herinrichting van deze groenstrook.
5.5.6 Speelruimte op het plein
Bewoners zijn bezorgd dat door de bouw van de garage het sociale karakter van het plein zal worden aangetast. De angst wordt uitgesproken dat kinderen minder goed kunnen spelen tijdens de bouw, die in de ogen van de aanwezige buurtbewoners wel twee jaar zal gaan duren.
Reactie Dagelijks Bestuur:
Om dit te voorkomen is als randvoorwaarde meegegeven dat spelen op het plein gedurende de bouw van de parkeergarage gewoon mogelijk moet blijven. Helaas blijkt het niet reëel te zijn om helemaal buiten de hekken van het Cremerplein te blijven. Een strook van ca. 85 meter breed en ca. 5 meter diep aan de zuidzijde van het plein is tijdens de bouw niet bruikbaar (zie de plattegrond op de volgende bladzijde). In deze strook bevinden zich nu groenvoorzieningen (incl. bomen) en de kabelbaan.
Plattegrond variant 3 Arcadis
Slechts de ruimte waar nu de kabelbaan staat en de rijweg inclusief parkeervakken aan de zuidzijde van het plein kunnen tijdens de bouw tijdelijk niet worden gebruikt. Deze locatie heeft als voordelen dat:
• de speeltuin (met uitzondering van de kabelbaan) gewoon gebruikt kan worden tijdens de bouw;
• alleen de rijweg en de parkeervakken aan de zuidzijde van het plein tijdens de bouw hoeven te worden afgesloten;
• het bouwverkeer beperkt blijft tot de zuidzijde van het plein;
• de bouwtijd van ca. 1 _ jaar relatief kort is;
• het gebruik van de parkeergarage niet leidt tot extra verkeersbewegingen rond het plein. Hierdoor blijft de speeltuin veilig toegankelijk.
De conclusie is dat de impact op de speelruimte op het plein tijdens en na de bouw beperkt is.
5.5.7 Herinrichting van het plein
De meeste buurtbewoners zeggen de herinrichting van het plein te zien als een wisseltruc van het stadsdeel. Tevens is vele malen gezegd dat het plein nu mooi is en dat een parkeergarage met drie inrithuisjes dit karakter zal aantasten.
Reactie Dagelijks Bestuur:
In een vroeg stadium is aangegeven dat de realisering van een ondergrondse parkeergarage onder het Cremerplein dé mogelijkheid is om het J.J. Cremerplein te herinrichten (zie bijv. motie 04M024 en de in 2004 opgestelde Bewonersvisie).
Een begeleidingsgroep van vertegenwoordigers van de buurt wordt ingesteld, die de projectgroep Cremerplein ondersteunt bij het ontwerpproces en tijdens de realisatie. Belangrijke aandachtspunten zijn het ontwerp van de inrijdhuisjes, de keuze van de nieuw aan te planten bomen, de verkeerscirculatie en de herinrichting van de vrijkomende ruimte van de 115 op straat op te heffen parkeerplaatsen.
De ervaringen op o.a. het Staringplein leren dat het gewenst is om per 60 ondergrondse parkeerplaatsen een inrijdhuisje te plaatsen, waarbij per inrijdhuisje een opstelvak voor drie auto’s nodig is. Voor de 184 te realiseren ondergrondse parkeerplaatsen zijn dan drie inrijdhuisjes nodig. Hierdoor kunnen wachttijden worden voorkomen. Korte wachttijden zijn niet alleen gewenst voor de vergunninghouder die zijn auto wilt parkeren of ophalen, maar is tevens positief voor de luchtkwaliteit. Door extra aandacht te besteden aan het ontwerp, kunnen deze inrijdhuisjes goed geïntegreerd worden in de omgeving (zie onderstaande 3D-fotoimpressies). Bewoners zullen worden betrokken bij het ontwerp van de intrijdhuisjes.
Integratie van de inrijdhuisjes in de groenstrook, waarbij het ontwerp aansluit bij de omliggende
bebouwing en de inrijdhuisjes gebruikt kunnen worden als speelobject (een klimmuur in dit voorbeeld).
6 Advies, financiën en planning
6.1 Advies
Bij de bouw van een garage onder het J.J. Cremerplein gaat het om een investering voor in ieder geval de komende dertig jaar en naar alle waarschijnlijkheid een veel langere periode. Het gaat daarbij om een grote investering die een vrijwel permanente impact zal hebben op het plein. Dat vergt dat vooraf alle reële mogelijkheden goed in kaart gebracht worden en dat alle plussen en minnen en voor zover mogelijk alle risico’s goed in kaart zijn gebracht.
In een eerder stadium is met de buurt en met u gesproken over andere varianten dan de voorkeursvariant uit het rapport van Arcadis. In de Quick scan, die het Ingenieursbureau Amsterdam in 2006 presenteerde, was één van de mogelijkheden twee cirkelvormige parkeergarages vrijwel midden op het plein, waarbij auto’s om de garage in en uit te kunnen tot ver op het plein zelf door zouden moeten rijden. Ook in de rapporten van Arcadis en Grontmij en uit de gesprekken met de buurt komen diverse andere mogelijkheden naar voren.
Het Dagelijks Bestuur is op basis van de rapporten van o.a. IBA, Arcadis en Grontmij ervan overtuigd dat - gegeven de randvoorwaarden - een garage aan de zuidzijde van het plein, de best mogelijke parkeergarage is. Ook als er geen of minder beperkende
randvoorwaarden zouden worden gesteld, dan ziet het bestuur de voorkeursvariant 3 uit het rapport van Arcadis als meest optimale mogelijkheid om een garage te realiseren onder het plein. Een parkeergarage op een andere plek van het plein heeft immers niet alleen als nadeel dat spelen op het J.J. Cremerplein gedurende langere tijd niet of slechts beperkt mogelijk is, maar daarnaast zal het gebruik van de parkeergarage gepaard gaan met een toename van het aantal verkeersbewegingen op het gehele J.J. Cremerplein.
Alles overziende stelt het Dagelijks Bestuur voor om het volgende besluit te nemen:
1. in te stemmen met het bouwen van een automatische parkeergarage volgens het schappenkastsysteem aan de zuidzijde van het J.J. Cremerplein voor ca. 184 auto’s verdeeld over vier bouwlagen en voorzien van drie inrijdhuisjes;
2. het Dagelijks Bestuur op te dragen om in nauwe samenwerking met de buurt een voorstel uit te werken voor:
a. het ontwerp van de drie inrijdhuisjes en de keuze van de nieuw aan te planten bomen;
b. de herinrichting van de vrijkomende ruimte van de 115 op straat op te heffen parkeerplaatsen. Uitgangspunt hierbij is dat 2/3 deel van de op straat op te heffen parkeerplaatsen (71 parkeerplaatsen) zich op het J.J. Cremerplein bevinden en 1/3 deel (44 parkeerplaatsen) elders;
3. in te stemmen met het beschikbaar stellen van een budget van € 9.200.000 voor de bouw van een parkeergarage onder het J.J. Cremerplein en de jaarlijkse kosten voor rente, afschrijving en onderhoud ten laste te brengen van de voorziening Ondergronds Parkeren.
6.2 Financiën
6.2.1 Ondergrondse parkeergarage
De totale kosten voor het gehele project zijn globaal geraamd op € 9.200.000. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
Post 1, Bouw parkeergarage J.J. Cremerplein, incl onvoorziene kosten 8.400.000 €
Post 2, Omleggen kabels en leidingen 400.000 €
Post 3, Project begeleidingskosten 400.000 €
Totale kosten 9.200.000 €
De dekking hiervoor is als volgt:
Post 1, krediet voorziening ondergrondse garages 8.400.000 €
Post 2, voorziening ondergrondse garages zonder afschrijving 400.000 €
Post 3, voorziening ondergrondse parkeergarage zonder
afschrijving 400.000 €
Totale dekking 9.200.000 €
Bovengenoemde bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2007. De verwachte prijsindicatie bij een start van de bouw medio 2009 ligt tussen de 15% en de 20% (dit is sterk afhankelijk van de vraag in de markt).
Voor 2007 is reeds een budget beschikbaar gesteld van € 400.000 voor onderzoek en project begeleidingskosten, waarvan nog een restant van ca. € 180.000 beschikbaar is.
Voorgesteld wordt om:
• een krediet van € 8.400.000 beschikbaar te stellen ten behoeve van de parkeergarage onder het J.J. Cremerplein en dit bedrag als investering op te nemen en lineair af te schrijven over een periode van 30 jaar . De geraamde kosten voor beheer en onderhoud van de parkeergarage onder het J.J. Cremerplein zijn per jaar € 108.000. De kapitaallasten en onderhoudskosten, kunnen jaarlijks onttrokken worden aan de voorziening Ondergrondse Parkeergarages;
• de kosten voor het omleggen van kabels en leidingen en de projectbegeleiding van € 800.000 ten laste van de voorziening Ondergrondse parkeergarages te brengen (zonder afschrijving).
6.2.2 Herinrichting vrijkomende openbare ruimte
Voor de herstelwerkzaamheden van het plein, het opheffen van 115 parkeervakken en het herinrichten van 1.300 m2 vrijkomende openbare ruimte is een budget van € 700.000 nodig. Bij deze raming is uitgegaan van het kwaliteitsniveau voor woonstraten (sober en doelmatig). Voor een kwalitatief hoogwaardige herinrichting van het gehele J.J. Cremerplein (bijzondere plek van gevel tot gevel) is ca. € 1 mln. extra nodig en voor een kwalitatief hoogwaardige herinrichting van de buiten het plein op te heffen parkeerplaatsen is ca. € 0,5 mln. extra nodig. In totaal is dan ca. € 2,2 mln. nodig.
Het budget voor de herinrichting van het J.J. Cremerplein wordt in 2009 aangevraagd. Deze kosten zullen door externe financieringsbronnen (bijv. subsidie van andere overheden zoals bij het Staringplein) of uit de voorziening Openbare Ruimte en Groen (zonder afschrijving) moeten worden gedekt.
6.3 Planning
6.3.1 Vervolgstappen
In de eerste helft van 2008 wordt in overleg met een ontwerper en de projectgroep Cremerplein het programma van eisen voor de parkeergarage opgesteld en wordt de herinrichting van de vrijkomende ruimte op het J.J. Cremerplein uitgewerkt tot een Initiatiefontwerp. Dit Initiatiefontwerp wordt vervolgens verkeerskundig getoetst. Wat is het effect op de verkeersbewegingen naar en vanaf het plein? Wat is het effect op de verkeersbewegingen op het plein en hoe verhoudt dit zich tot de gebruikers van het plein? Na goedkeuring wordt het Initiatiefontwerp uitgewerkt tot een Detailontwerp.
Voor het Detailontwerp en de realisatie van de ondergrondse parkeergarage is specialistische expertise vereist. Daarom zullen deze werkzaamheden zo snel als mogelijk worden uitbesteed aan een marktpartij, die niet alleen het ontwerp maar ook de bouw van de parkeergarage op zich neemt. Net als bij het Staringplein wordt gedacht aan een Design & Construct contract. Dit betekent dat meerdere aannemers(combinaties) op basis van het programma van eisen en het Initiatiefontwerp worden gevraagd een aanbieding te doen voor het ontwerpen en realiseren van de parkeergarage en het maaiveld.
6.3.2 Participatie en communicatie
Het Cremerplein is een plein dat een bijzondere functie vervult als speelgelegenheid voor binnen en buiten de buurt wonende kinderen. Deze functie, in combinatie met een parkeervoorziening en andere wensen voor de inrichting, moet verder worden uitgewerkt. Uitgangspunten bij de herinrichting van de vrijkomende ruimte van de 115 op straat op te heffen parkeerplaatsen zijn:
• ongeacht de keuze voor het soort parkeergarage, is het mogelijk een verkeerskundig ontwerp te maken voor het Cremerplein. Door aandacht te besteden aan de inpassing van de ingang(en) van de parkeervoorziening in de omgeving (groen, spelen, bebouwing), gaat dit niet noemswaardig ten koste van de kwaliteit van de inrichting van de openbare ruimte;
• realisatie van de ondergrondse parkeervoorziening biedt de mogelijkheid om parkeerplaatsen op straat op te heffen. Het voorstel is om 2/3 deel van de 115 op straat op te heffen parkeerplaatsen (77 plaatsen) op het plein op te heffen en 1/3 deel (38 plaatsen) elders. Hierdoor kan extra ruimte gecreëerd worden voor groen, spelen, verblijven en fietsenrekken, waardoor de kwaliteit van de openbare ruimte van het J.J. Cremerplein èn van de omgeving wordt vergroot.
Een begeleidingsgroep van vertegenwoordigers van de buurt wordt ingesteld, die de projectgroep Cremerplein ondersteunt bij het ontwerpproces en tijdens de realisatie. Belangrijke aandachtspunten zijn het ontwerp van de inrijdhuisjes, de keuze van de nieuw aan te planten bomen, de verkeerscirculatie en de herinrichting van de vrijkomende ruimte van de 115 op straat op te heffen parkeerplaatsen.
De communicatie over het project heeft als doel om omwonenden en belanghebbenden te informeren over de ontwikkeling van een parkeergarage in combinatie met het herinrichten van de vrijkomende ruimte op het J.J. Cremerplein.
6.3.3 Te doorlopen procedures
Voor de realisatie van de ondergrondse parkeergarage dienen twee procedures te worden doorlopen:
• voor de bouw van de parkeergarage en de inrijdhuisjes is een bouwvergunning vereist. Deze moet worden aangevraagd kort na de gunning van de opdracht aan de opdrachtnemer. Hierbij dient een planologische procedure (artikel 19, lid 2, Wro) te worden gevoerd, omdat in het nieuwe bestemmingsplan voor Oud-West geen rekening is gehouden met een parkeergarage onder het J.J. Cremerplein;
• voor het verwijderen en verplanten van bomen is een kapvergunning vereist.
Deze procedures kunnen leiden tot vertraging van het voorbereidingsproces en de uitvoering.
6.3.4 Planning
Samengevat is de planning als volgt:
Beleidsvoorbereidende bespreking Deelraad 4 december 2007
Besluitvorming Deelraad 18 december 2007
Verkeerkundig Ontwerp plein januari 2008 t/m maart 2008
Parkeervoorziening januari 2008 t/m maart 2008
Start wenstracé-procedure door Oud West juni 2007 t/m juni 2008
Aanbestedingsprocedure maart 2008 t/m juni 2008
Detailontwerp plein juli 2008 t/m september 2008
Detailontwerp parkeervoorziening juli 2008 t/m september 2008
DB Besluit Detailontwerp september 2008
Voorbereiding realisatie september 2008
Realisatie ondergrondse infrastructuur oktober 2008 t/m november2008
Realisatie parkeervoorziening december 2008 t/m januari 2010
Realisatie Pleininrichting november 2009 t/m februari 2010
Realisatie ondergrondse infrastructuur oktober 2008 t/m november2008
Realisatie parkeervoorziening december 2008 t/m januari 2010
Realisatie Pleininrichting november 2009 t/m februari 2010
Met vriendelijke groet,
Namens het Dagelijks Bestuur,
Werner Toonk
Portefeuillehouder:Verkeer, Openbare Ruimte & Groen, Reiniging, Economie en Bestuur & Concern.
Bijlagen
• Impressie van herinrichtingmogelijkheden van het J.J. Cremerplein, 3D foto’s
• O+S, Aanvulling op draagvlakonderzoek
• Dimensus, second opinion op draagvlakonderzoek van O+S
• O+S, Parkeergarage Cremerplein (draagvlakonderzoek), juli 2007
• Reactienota parkeergarage Cremerplein, 9 oktober 2007
• notitie Uitgevoerde onderzoeken op het Cremerplein, 29 augustus 2007
• Inspraakavond parkeergarage Cremerplein d.d. 4 juli 2007, powerpoint-presentatie en verslag
• Informatieavond parkeergarage Cremerplein d.d. 18 juni 2007, powerpoint-presentatie en verslag
• Nieuwsbrief Cremerplein, juni 2007
• DB Voorblad d.d. 12 juni 2007, Parkeergarage Cremerplein, vrijgeven voor inspraak
• Grontmij/Parkconsult, Second opinion parkeergarage Cremerplein, 4 september 2007
• Arcadis, Parkeergarage Cremerplein Amsterdam (technisch- en financieel haalbaarheidsonderzoek), 11 mei 2007, incl. aanvullend onderzoek (juni 2007)
• DB Voorblad d.d. 19 december 2006, Projectplan parkeergarage Cremerplein, incl. Projectplan
• Verslag Deelraad d.d. 6 juli 2006
• IBA, Verslag informatieavond d.d. 29 mei 2006
• IBA, Samenvatting quick scan parkeergarage Cremerplein, 20 april 2006
• IBA, Quick scan parkeergarage Cremerplein, 6 juni 2006
• Locaties parkeergarages ten behoeve van de realisatie van 400 parkeerplaatsen in stadsdeel Oud-West, Memo aan de Raad, 26 september 2006
• Afwegingskader en Plan van Aanpak ondergronds parkeren in Oud-West, Memo aan de Raad, 8 maart 2005
• Afwegingskader en Plan van Aanpak ondergronds parkeren in Oud-West, februari 2005
• Raadsvoordracht en besluit d.d. 17 mei 2005, Wijziging begroting ten behoeve van uitvoering motie 04M024 en 04M025, incl. verslag Raadscie. SDW d.d. 12 april 2005
• Motie De Kler (04M024) d.d. 9 november 2004
• OBB Ingenieursbureau, Woonkamer van de buurt, Bewonersvisie Cremerplein, Ideeën en wensen van buurtbewoners voor het Cremerplein, februari 2004
• Programma-akkoord stadsdeel Oud-West 2006-2010, Ruimte om te delen
• Programma-akkoord stadsdeel Oud-West 2002-2006, Ruimte voor iedereen
• O+S, Parkeerdruk omgeving Cremerplein, februari 2007
• Wareco Ingenieurs, Geohydrologisch onderzoek parkeerkelder J.J. Cremerplein te Amsterdam. 18 juli 2007
• dMB, Archiefonderzoek en beoordeling bodemonderzoek locatie J.J. Cremerplein te Amsterdam, 18 oktober 2007
• Lankelma Ingenieursbureau, Rapport verkennend bodemonderzoek J.J. Cremerplein Amsterdam, 19 juni 2007
• funderingsgegevens 2000-2006
• Lankelma Ingenieursbureau, Grondonderzoek aan het J.J. Cremerplein te Amsterdam, 5 april 2007
• Pius Floris Boomverzorging Amsterdam, Boomonderzoek Cremerplein stadsdeel Oud-West te Amsterdam, maart 2007
• Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV, Rapport 2007.0545-02: Onderzoek luchtkwaliteit Cremerplein te Amsterdam, 7 november 2007